Wil je online kennismaken? Klik hier

de eerste hapjes

We leven in een tijd waar er van buitenaf uiteenlopende adviezen worden gegeven over hoe je zou moeten beginnen met het aanbieden van vaste voeding: de (oefen)hapjes.

Het kan soms best wat verwarrend zijn. Naast het advies vanuit het voedingscentrum, zijn er twee andere bekende methodes die vaak genoemd worden: de Rapley-methode en Kleintjes-methode.

In dit artikel zal ik de verschillen tussen de methodes weergeven en een aantal tips meegeven hoe je kunt beginnen met de (oefen)hapjes.

In de tabel hieronder zijn de verschillen weergegeven tussen de drie methodes:

Voedingscentrum:

‘Als je tussen de 4 en 6 maanden begint met oefenhapjes kun je de kans op een
voedselovergevoeligheid bij je baby verkleinen. Eerst dacht men dat baby’s die jonger dan 6 maanden oefenhapjes krijgen een grotere kans hebben om een voedsellovergevoeligheid te ontwikkelen. Maar het is nu duidelijk dat die kans juist afneemt als je tussen de 4 en de 6 maanden met oefenhapjes begint. Om de kans op voedselallergieën bij je baby te verkleinen begin je daarom tussen 4 en 6 maanden met het aanbieden van verschillende soorten voedsel, waaronder pindakaas en ei.’

Verschillen Rapley-methode en Kleintjes-methode

Voor de Rapley-methode geldt:

  • direct met de pot mee eten
  • zonder suiker tot een jaar
  • je baby heeft de controle en regie

Voor de Kleintjes-methode geldt dit ook, en voegt daar nog aan toe:

  • zo puur mogelijk eten
  • duurzaam eten, liefst biologisch
  • liefst geen suiker en geen zout
  • volkoren producten
  • streven: behoud van borstvoeding
  • advies bij introductie voedingsmiddelen door voedselintroductieschema
  • geen strijd aan tafel, leren loslaten als ouder

Kleintjes:

Stefan Kleintjes, bedenker van de Kleintjes methode, geeft aan dat het belangrijk is om pas na 6 maanden te beginnen met vast voedsel omdat het verteringssysteem beter op orde is en het kindje zelfstandig rechtop kan zitten.’

Hierbij deel ik niet de mening dat kinderen met 6 maanden zelfstandig rechtop kunnen zitten. Zet je kindje pas in een eetstoel als het zelfstandig naar zit kan komen. Neem tot die tijd, tijdens de hapjes, je kindje op schoot en zorg ervoor dat het recht-genoeg-op zit.

Gut-feeling

Mocht je niet goed weten welke methode te kiezen, luister dan goed naar je hart en gut-feeling. Vanuit hier zul je weten wat het beste past bij je kindje. Kijk goed naar je kindje en voel wat het beste is voor hem of haar. Jij als vader, moeder of verzorger zullen dit instinctief weten/aanvoelen.

Een signaal dat je kindje klaar is voor de eerste hapjes is dat je kindje erg geïnteresseerd zit te kijken naar hoe jij jouw eten nuttigt en smakelijk erbij zit te smakken en/of met de tong meebeweegt.

Goed om te weten

  • Weet dat het geen kwaad kan om eerst met gepureerde oefenhapjes te beginnen, om vervolgens vanaf 6 maanden met de Rapley- of Kleintjes methode door te gaan.
  • Besef ook dat het eerst even zal wennen voor je kindje en er grimassen getrokken kunnen worden. Geef niet gelijk op. Meestal vanaf 5 minihapjes/proeverijtjes zie je al verandering.
  • Het leren eten van een lepel is een nieuwe techniek dat aangeleerd dient te worden. De kokhalsreflex zal nu ook actiever zijn, Deze dient ter bescherming dat de voeding niet in de longen komt. De kokhalsreflex zal afnemen naarmate je kindje de techniek onder de knie krijgt.
  • Tip: leg het lepeltje tegen de lippen aan. Laat je kindje zelf de mond open doen en van de lepel af sabbelen.
  • Een baby moet gemiddeld 12-15 keer een smaak geproefd hebben, voordat het gewend is aan de smaak. Daarbij kunnen sommige kinderen soms moeite hebben met structuur. Ook hierin dien je geduldig te zijn. Daarbij heeft de ervaring geleerd, hoe eerder je met oefenhapjes begint (vanaf 4 maanden), hoe makkelijker kinderen wennen aan smaken en strukturen.
  • Daarbij dien je tegelijkertijd ook goed te letten of de darmen klaar zijn voor de oefenhapjes. Dit kan nog wel eens verschillen per kind. Begin daarom ook echt met enkele theelepeltjes per keer en bouw het langzaam op.
  • Tot 6 maanden blijven het oefenhapjes, pas vanaf 6 maanden hebben baby’s naast borst- of kunstvoeding ook andere bouwstoffen nodig die buiten de flesvoeding vallen.
  • Kies eerst voor zachte, ietwat zoete  smaken zoals doperwtjes, bloemkool of wortel. Ga dan geleidelijk aan naar de wat zwaardere smaken zoals broccoli.
  • Baby’s hebben een aangeboren voorkeur voor zoet. Dit heeft te maken met de smaak van vruchtwater, wat ook zoetig is. Hierom is het raadzaam eerst met groente-oefenhapjes en een maandje later met fruithapjes. Op deze manier is de kans kleiner dat je kindje groentehapjes zal weigeren.

Extra weetjes

  • Bied bij kinderen met reflux eerst het oefenhapje aan en daarna pas de fles. Door de vaste voeding wordt er een lichte basis gelegd, waardoor de reflux vaak afneemt.
  • Begin je met brood en grovere stukken (>6mnd), doe dit dan ook vóór de fles. Kinderen kunnen zich hierin soms verslikken. Op deze manier voorkom je dat de hele flesinhoud teruggegeven word bij een verslikken.

Succes met de eerste hapjes!

NB: Tijdens het schrijven kwam ik erachter dat er veel meer te schrijven valt over voeding in het eerste levensjaar. Er zal in de toekomst een deel 2 komen. Houd mijn website in de gaten.

NEEM CONTACT MET MIJ OP